Een noodzakelijke basis, maar niet het eindpunt
De binnenstad verandert in hoog tempo. Minder winkels, andere bezoekmotieven en toenemende leegstand dwingen steden tot nieuwe keuzes. De toekomst ligt in een bredere functiemix — maar daarmee is de echte vraag nog niet beantwoord.
In de recente DNWS-publicaties De moderne agora (2025) en Gedeeld verlangen(2026) wordt een duidelijke richting geschetst: centrumgebieden moeten weer plekken worden waar mensen samenkomen, verblijven en verschillende activiteiten combineren. De binnenstad verschuift van een plek om te kopen naar een plek om te zijn — naadloos aansluitend op het veranderende consumentengedrag, waarin beleving steeds belangrijker wordt dan pure transacties.
Die analyse klopt. Maar hier zit een fundamenteel gat.
Een functiemix is geen doel, maar een middel
De rapporten beschrijven overtuigend de structuur van een toekomstbestendige binnenstad, maar blijven steken voordat het echt interessant wordt. Want een functiemix is geen doel op zich. Het is een middel. De echte vraag is waarom iemand nog naar de binnenstad komt. Precies daar ontbreekt de volgende stap.
Recreatie en toerisme worden in beide publicaties wel genoemd, maar blijven ondergeschikt en niet uitgewerkt als strategische pijler. Terwijl juist daar het verschil wordt gemaakt. Een beleefbare binnenstad ontstaat niet door functies toe te voegen, maar door bezoekmotieven te creëren en die functies met elkaar te verbinden.
Een atelier, museum of zorgfunctie voegt waarde toe aan een gebied. Maar pas wanneer die functies onderdeel worden van een samenhangende ervaring ontstaat echte aantrekkingskracht.
Denk aan routes, verhalen, evenementen en seizoensprogrammering. Dat is de laag die zorgt voor verblijf, herhaalbezoek en economische impact. Die laag ontbreekt in de huidige benadering.
De value case: potentie zonder uitwerking
In Gedeeld verlangen wordt een belangrijke stap gezet met de introductie van de ‘value case’. Daarin wordt erkend dat functies zoals cultuur en ambacht indirecte economische waarde genereren — meer bezoekers, hogere vastgoedwaarden en extra omzet voor ondernemers. Ook het belang van leefbaarheid, sociale cohesie en aantrekkingskracht voor bewoners wordt onderstreept.
Maar ook hier blijft de uitwerking hangen in potentie. Want die waarde ontstaat niet vanzelf. Zonder programmering en zonder duidelijke bezoekersstrategie blijven functies los van elkaar bestaan. Dan ontstaat geen beleving, maar een verzameling losse initiatieven.
De ontbrekende schakel
Wat volledig ontbreekt in beide publicaties is de rol van destinatiemarketing en gebiedsregie vanuit bezoekersperspectief. De ‘gouden driehoek’ van gemeente, vastgoedeigenaren en ondernemers wordt uitgebreid besproken, maar de partij die vraag creëert en stuurt blijft buiten beeld. Daarmee ontbreekt de schakel die aanbod omzet in bezoek.
De beleefbare binnenstad ontstaat pas wanneer functies worden verbonden tot een totaalervaring. Wanneer een bezoeker niet alleen komt voor één doel, maar meerdere redenen heeft om te blijven. Wanneer een gebied niet alleen functioneert, maar verleidt.
De moderne agora biedt daarvoor een sterke basis. Het concept van brede programmering, functiemix en samenwerking is noodzakelijk en richtinggevend. Maar zonder de vertaalslag naar beleving blijft het een ruimtelijke en beleidsmatige exercitie.
De echte opgave ligt niet in vastgoed, maar in programmering. Niet in functies, maar in verbinding. Niet in aanbod, maar in bezoek.
De moderne agora bouwt de binnenstad van de toekomst. Maar recreatie en toerisme maken die binnenstad beleefbaar. En precies daar ligt de grootste kans voor de komende jaren.
BRONNEN
DNWS (2025). De moderne agora — Hoe je met een mix van functies nieuwe energie en levendigheid brengt in centrumgebieden.
DNWS (2026). Gedeeld verlangen — Hoe je met kunst, cultuur en ambachten waarde toevoegt aan centrumgebieden en daarmee retail en horeca versterkt.

